themaweek orchideeën

Ariège - Franse Pyreneeën - 2019

 

 

  • reisverslagen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 7 mei (aankomstdag)

Vandaag verzamelen alle gasten zich op l’Oustal. Een enkeling is enkele dagen eerder gearriveerd, de overige gasten komen per  trein, auto of vliegtuig. Rond half zes treft iedereen elkaar om kennis te maken. We zijn verrast door het mooie uitzicht vanaf het terras dat eigenlijk een levend schilderij is en van minuut tot minuut verandert. We zien de Hop af een aan vliegen naar de nestkast, de Wielewaal horen we in de verte roepen. Die gele en fraaie vogel, bekend om zijn dudeljo roep, wordt begeleid door een orkest van veldkrekels in de tuin. In dezelfde tuin zien we reeds onze eerste orchideeën, Bokkenorchis (Himantoglossum hircinum), Poppenorchis (Orchis anthropophora), Spinnenorchis (Ophrys sphegodes) en Hondskruid (Anacamptis pyramidalis).

het befaamde uitzicht vanaf het terras

 

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 8 mei: start orchideeënweek

We starten in de tuin van Ena en Ruud. Sinds kort wordt er speciaal maaibeheer toegepast in de tuin. In de tuin staan namelijk orchideeën die overwinteren als bladrozet en de bladen daarvan komen in de herfst bovengronds. Ruud spoort de bladrozetten op en plaatst paaltjes bij de planten zodat hij er in het voorjaar omheen kan maaien.

 

 

 

In de tuin van l’Oustal zijn diverse orchideeën te vinden. Speciaal maaibeheer zorgt ervoor dat de planten zich thuis voelen in de tuin.

 

We lopen naar de zogenaamde huisweide, een hellinggrasland, dat grenst aan de tuin van Ena en Ruud. Beneden aan de helling heeft zich een dik pakket leem verzameld, dat in de loop der decennia van de helling is afgespoeld. In tegenstelling tot de bodem van de helling is leem voedselrijk en in staat voedsel aan zich te binden. Hierdoor staat het gras op deze plek hoger en dichter opeen. Orchideeën krijgen op dergelijke plekken geen kans om zich te ontwikkelen. Met name de soorten die als bladrozet overwinteren dulden geen concurrentie in het najaar, winter en vroege voorjaar. Daarnaast gedijen rozet planten slecht in een gesloten grasmat.

 

Vanuit de huisweide vervolgen we onze tocht met de wandelroute die is  uitgezet door enkele dorpsbewoners. De wandelroute voert ons langs enkele bloemrijke hellinggraslanden en zoomvegetaties, geleidelijke overgangen van bos naar grasland. Op veel plekken langs de route zijn inhammen en op deze plekken ontstaat een ander microklimaat, iets waar veel vlinders dankbaar gebruik van maken.

Eenmaal de helling opgeklauterd bekijken we enkele kenmerkende soorten van schrale hellinggraslanden. Hoewel het een select gezelschap van orchideeën betreft, die aangepast zijn aan de matige droge en kalkrijke bodem, komen de soorten in de streek in relatief hoge aantallen voor. Op de hellingen zien we onder andere: Bokkenorchis (Himantoglossum hircinum), Poppenorchis (Orchis anthropophora), Spinnenorchis (Ophrys sphegodes), Sniporchis (Ophrys scolopax), Soldaatje (Orchis militaris), Purperorchis (Orchis purpurea), Orchis hybride tussen Soldaatje en Purperorchis (Orchis x hybrida), Lange tongorchis (Serapias vomeracea), Kleine tongorchis (Serapias lingua), Harlekijn (Anacamptis morio), Hondskruid (Anacamptis pyramidalis). Mark legt uit hoe de bestuiving van deze orchideeën werkt en wat de verschillen zijn tussen de verschillende soorten. Aan de hand van enkele bloemen laat hij tevens het verschil zien tussen de hybride van Soldaatje en Purperorchis en beide oudersoorten.

 

Purperorchis                                    Hybride                              Soldaatje


‘lichaampje van de bloem                      intermediair                             ‘lichaampje van de bloem
lijkt op een poppetje met een                                                                lijkt op een slank poppetje
pofbroek’                                                                                             met een langgerekte torso

buitenzijde van de helm is purper-         buitenzijde van de helm             buitenzijde van de helm is wit
paars                                                    is roze of gemarmerd

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We vervolgen onze weg langs het wandelpad en blijven even stilstaan in het bos. Mark vertelt dat er op enkele meters van het pad een zeer fraaie orchidee is te zien namelijk, het Wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia). Een sierlijke orchidee uit het geslacht Cephelanthera (Bosvogeltjes) met helder witte bloemen. Na enkele minuten goed zoeken worden de planten gevonden, waarvan een bloeiend exemplaar.

Na het bos beklimmen we de heuvel waarop het dorpje Sieuras ligt. Ruud maakt bij de aangeplakte posters van de Franse presidentsverkiezingen duidelijk wat hij van Marine le Pen vindt. In een plantsoen zien we diverse bloeiende exemplaren van het Hondskruid (Anacamptis pyramidalis). Een soort die vroeger Piramide-orchis genoemd werd vanwege piramidevormige bloeiwijze. In het begin van de bloei is de bloeiaar namelijk piramidevormig maar verandert, naar mate de bloei vordert, naar een halfbol vorm. De lunch vindt plaats onder een wilgenboom nabij de bron van het dorpje Sieuras. Onderweg zagen we reeds een andere bron van het dorp. In het waterbassin van de bron zwemmen talloze watersalamanders. Voor de fotografen een uitdaging om er een op de foto te krijgen.

 

Op de terugweg splitsen we ons op. Een deel van de groep gaat met het busje terug naar l’Oustal, de rest wandelt terug. We lopen vanaf Sieuras omlaag door een weiland met runderen. Eenmaal dichtbij gekomen zien we dat de runderen vergezeld worden door drie Koereigers en we blijven een tijdje staan om de Koereigers te bekijken. We vervolgen onze wandeling en struinen nog wat door het bos. Uiteindelijk vinden we wat we zoeken, Grote keverorchis (Neottia ovata) in bloei. Hoewel de soort in Nederland één van de algemenere orchideeën is, wordt de soort niet vaak aangetroffen in deze streek en altijd in lage aantallen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag 9 mei: de Pyreneeën

Vanwege het weer besluiten we om het excursieprogramma enigszins aan te passen, dus trekken we de Pyreneeën in. Deze dag gaat Richard mee, een bevriende B&B eigenaar van Ruud en Ena. Richard is expert op het gebied van roofvogels en zet zich lokaal in voor de bescherming van met name de Lammergier. We parkeren de auto’s op Col de Marmare en vandaar is het een kleine kilometer lopen naar de eerste bloemenweides. Een enkeling die minder goed ter been is gaat met het busje mee naar boven naar de picknickplaats nabij de bloemenweide. Wanneer de groep compleet is vertelt Mark iets over de planten die we kunnen aantreffen op de bloemenweides. Als opwarmer laat hij de verschillen zien tussen een tweetal orchideeën. Hij toont de bloemen van de Vlierorchis (Dactylorhiza sambucina), die ook wel Adam en Eva wordt genoemd. Deze soort houdt er een vernuftige strategie op na om bestuivers te lokken. Ze veinst namelijk dat ze nectar heeft door met een aantrekkelijke kleur en geur hommels wijs te maken dat ze beloond worden voor hun dienst als bestuiver. De hommel leert echter snel dat er niets te halen valt bij bijvoorbeeld de rode plant maar daar heeft de soort wat op gevonden: de Vlierorchis kent twee verschijningsvormen: naast de roze/rode variant kent de soort ook een gele versie. Hiermee spreidt de soort haar kansen om bestoven te worden. Daarnaast lijkt de bloemkleur van de Vlierorchis op die van plantensoorten met wie zij vaak samen voorkomt, de roze Wondklaver en de geelkleurige Sleutelbloem en dat zijn soorten die wél nectar aanbieden in ruil voor de bestuivingsdiensten. Feitelijk is de Vlierorchis dus een wolf in schaapskleren.

 

 

 

 

 

 

 

Tot slot laat Mark zien wat de verschillende zijn tussen de geslachten Dactylorhiza en Orchis. Op de hellingen treffen we namelijk Vlierorchis (Dactylorhiza sambucina), Bleke orchis (Orchis pallens) en Mannetjesorchis (Orchis mascula). Met name de Bleke orchis kan gemakkelijk verward worden met de Vlierorchis. Een kenmerkende eigenschap  van planten uit het geslacht Orchis is bijvoorbeeld dat het bovenste blad stengelomvattend is in tegenstelling tot de orchideeën uit de groep Dactylorhiza. Dactylorhiza, ook wel Handenkruid genoemd, heeft weer schutbladen die ruim uit de bloeiaar steken en zijn de bladeren groter en niet stengelomvattend.

 

 

 

Hoger op de helling zien we grote groepen met Vlierorchis maar ook een lokale specialiteit, de Pyrenese Kievitsbloem (Fritillaria pyraniaca), het Pyrenese broertje van de Wilde kievitsbloem die we in Nederland kennen van de vochtige hooilanden. Kortom voer voor alle fotografen, die er uren zoet mee kunnen zijn. De vogelliefhebbers speuren de hemel af naar roofvogels.

 

We vervolgen onze weg en gaan op pad naar de lunch locatie. Een deel van de groep gaat met het busje en het andere deel te voet. Hoewel de zon fel schijnt , we zetten onze stoelen in de schaduw, treffen we op een noordhelling toch nog een plek met sneeuw. Weliswaar geen materiaal voor een sneeuwpop maar wel een leuke waarneming. Na de lunch beklimmen we een flank van een de berg dat is begroeid met Dennenbos. Mark en Ruud vertellen ons dat we op zoek zijn naar een minuscuul orchideetje. Het betreft de Kleine keverorchis (Neottia cordata), het kleine broertje van de Grote keverorchis (Neottia ovata). De soort komt in Nederland enkel voor op de Waddeneilanden. Daar groeit zij eveneens in Dennenbossen met een spaarzame ondergroei van slaapmossen en een dikke laag Dennennaalden(humus). Ruud en Mark hebben voor de lunch de plek al verkend en brengen ons naar een locatie waar meerdere planten staan.  Uiteindelijk kruipen we allemaal op handen en voeten rond en speuren de bosbodem af naar het kleine plantje. Na enige minuten zoeken vinden de Kleine keverorchis. Helaas staat de soort nog net niet in bloei. Waren we een paar dagen later geweest dan hadden de eerste planten reeds de bloemen geopend.  Dat neemt overigens niet weg dat het een zeer fraaie orchidee is. Klein maar fijn is hier zeker van toepassing.  Opmerkelijk is dat Mark grote gelijkenis ziet tussen de groeiplaats in de Pyreneeën en de Waddeneilanden. We struinen nog wat rond en vinden 40 tot 50 exemplaren.   

 

 

Woensdag 10 mei:  Mas d’Azil e.o.

De excursie start in Mas d’Azil, een nabij gelegen plaatsje waar iedere week een streekmarkt wordt gehouden. Diverse lokale bedrijfjes verkopen hun producten op deze markt. Er is een ruim aanbod van lekkernijen tot kleding.

 

 

We laten de markt achter ons en rijden door de grote attractie: de grot van Mas d’Azil. Later op de dag hebben we een stop ingepland bij deze grotten, maar voor nu rijden we door naar enkele vochtige hooilanden. De hooilanden zijn niet vochtig in de zin van dat ze drassig zijn, maar de bodem bevat veel leem en leem heeft de eigenschap om vocht vast te houden, ook wanneer het weken niet regent en is dus de reserve voor de planten in het grasland. Dergelijke graslanden zijn gewild bij agrariërs omdat, in tegenstelling tot de relatief droge omgeving, de planten veel beter groeien op leemrijke plekken en dat levert meer gras en dus hooi op. Wij bezoeken het grasland met een specifieke reden. Door het jaarlijks hooien en afvoeren van het hooi zijn er matige voedselrijke omstandigheden ontstaan waardoor orchideeën goed gedijen. Het grasland staat vol met de donkerpaarse bloeiaren van de IJle moerasorchis (Anacamptis laxiflora). Een soort die in de Ariege nog niet zeldzaam is, maar wel gevaar loopt. Veel van de hooilanden worden op een ouderwetse manier beheert en slecht eenmaal per jaar gehooid maar soms ook  worden de graslanden omgeploegd en ingezaaid  met een voor koeien voedselrijk grassenmengsel.  Hiermee verdwijnen alle bloemen, inclusief de orchideeën, die geen kans meer zien om zich te vestigen in de dichte en gesloten grasmat die ontstaat na het inzaaien. De fotografen vermaken zich echter nu nog kostelijk met de fraaie orchideeën.

 

 

We gaan van het hooiland naar de grotten. Bij de ingang stappen we uit en speuren we de oevers van de rivier af naar de Waterspeeuw. We zien hoe het mannetje voedsel verzamelt voor zijn kroost. Daarnaast speuren we de rotswand af naar Rotszwaluwen.  Na een wandeltocht arriveren we aan de andere kant van de grot bij een watermolen. Ruud heeft hier inmiddels de tafel gedekt en een overheerlijke lunch staat op ons te wachten.

 

 

 

 

Na de lunch bezoeken een hooiland in de omgeving van Mas d’Azil. Het betreft een zogenaamde heuvellandvorm van heischraal grasland. Eerder bezochten we hellinggraslanden op kalkrijke bodem. Een kenmerk van heischraal grasland is dat de bodem veel minder kalkrijk is en zelfs zwak zuur. Het grasland bevat talloze karakteristieke soorten van het de heuvellandvorm. Hoewel deze op overwegend zure bodems voorkomen, ontbreken soorten van meer zure omstandigheden. Soorten die we aantreffen zijn Betonie, Harlekijn, Bosorchis, Grote keverorchis en Aangebrande orchis. Nabij de bosrand vertelt Mark ons over een heel bijzondere orchidee. Het gaat om de Groene nachtorchis (Dactylorhiza viridis). Een relatief kleine en onopvallende groen orchidee. Met stokjes markeren we de planten en zo ontstaat er een mooi beeld van de totale hoeveelheid planten en wordt voorkomen dat we op een plant stappen. We tellen uiteindelijk tientallen exemplaren. Tot slot bezoeken we een aangrenzend hellinggrasland. Het grasland bevindt zich op een rotsachtige, stenige bodem die bestaat uit kalkrijk materiaal. Hierdoor worden de verschillen ten opzichte van het heischraal grasland goed zichtbaar. Ook weten we nu welke begeleidende plantensoorten er thuis horen in de verschillende graslandtypen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na afloop van de excursie brengen we een bliksembezoek aan Carla Bayle en dorstig als we zijn gaan we op zoek naar een kroeg. Helaas blijken alle horeca gelegen op deze dag gesloten en keren we voldaan maar dorstig terug naar l’Oustal.

 

Donderdag 11 mei: Haute Garonne en tuin l’Oustal

De aftrap van de donderdag ligt in een naastgelegen departement, Haute Garonne. Ruud en Mark brengen ons naar een parkeerplek boven op een heuvel van waar we een fraai uitzicht hebben op de omgeving. Wanneer we over de rand omlaag kijken op de hellingen valt onze mond op van verbazing. De gehele helling kleurt roze van de talloze exemplaren van de Vlinderorchidee. Hoewel er een lichte motregen de kop op steekt mag het de pret niet bederven en de planten vinden gretig aftrek bij de fotografen. Lager op de helling treffen we een braakliggende akker die inmiddels begroeid is geraakt met duizenden exemplaren van de Lange tongorchis (Serapias vomeracea). Lokaal is de soort dominant aanwezig en is beeldbepalend voor de vegetatie aldaar. Iedereen verbaasd zich over de grote hoeveelheid planten.  

In de middag verblijven we op l’Oustal vanwege het voorspelde slechte weer. Mark en Ruud hebben enkele planten voorzichtig uitgegraven in de tuin van l’Oustal. Mark vertelt over de ondergrondse delen van orchideeën en de verschillen die er zijn tussen de soorten. Daarnaast benadrukt hij de essentiële rol die schimmels vervullen in de levenscyclus van orchideeën. Als afsluiter bekijken we enkele bloemen onder een binoculair. De haartjes op de bloemen van Soldaatje en Purperorchis zien er onder een sterke vergroting namelijk heel anders uit. De lip van de bloem is niet bezet met haartjes maar met talloze kleine papillen. Kleine glimmende staafje die nog het meeste lijken op een cilindervormig ballon. Een fascinerende wereld gaat open.

 

Vrijdag 12 mei Roquefixade en Gudas

 

We lopen op de laatste excursiedag een stukje van de Catharenroute, een wandelpad dat eindigt bij een ruïne van een Catharenburcht. Wij nemen echter na een kilometer een afslag en klauteren de helling op. Reeds onderweg treffen in de bermen van het wandelpad diverse orchideeen, Bleek bosvogeltje (Cephalanthera damasonium), Wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia), Bosorchis (Dactylorhiza fuchsii), Grote keverorchis (Neottia ovata), Paarse aspergeorchis (Limodorum abortivum). In het hellinggrasland treffen we fraaie exemplaren van de Vliegenorchis (Ophrys insectifera) en Aangebrande orchis (Neotinea ustulata) en de prachtige maar Kleine spinneorchis (Ophrys virescenis). In dit fraaie landschap loopt Jan een blauwtje!

Gudas

Als afsluiter van de week bezoeken we een vochtig hooiland in de omgeving van Gudas maar eerst houden we een zoektocht naar de Aapjesorchis (Orchis simia). Een soort die in Nederland zeldzaam is en nog slechts bestaat uit twee vindplaatsen in Zuid-Limburg.
Op weg naar de vindplaats struinen we nog even rond in een kalkgrasland waar Hondskruid (Anacamptis pyramidalis) mooi in bloei staat. De enkele Aapjesorchis (Orchis simia) die we aantroffen, bleek te zijn ‘getopt’  door waarschijnlijk een ree.

We vervolgen onze weg naar een van de weinige vochtige hooilanden in de Ariège. Hoewel hellinggraslanden in de streek volop aanwezig zijn en veel orchideeënsoorten bermen en overhoekjes niet schuwen, gaan we op zoek naar specifieke soorten van vochtige hooilanden. Dergelijke soorten zijn grondwatergebonden dat wil zeggen, een continue aanvoer van grondwater met de juiste kwaliteit is een vereiste. Doordat veel van dit type grasland op laaggelegen plekken in beekdalen voorkomt, is de kans groot dat meststoffen afkomstig van de omliggende landbouw de grond te rijk maken, iets dat in het veld van Gudas gelukkig niet het geval is.
Natuurlijk is ook hier uiterste voorzichtigheid geboden op dit stuk land. We vinden hier diverse exemplaren van de Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata), een soort van vochtige hooilanden en duinvalleien. De soort wordt vergezeld van de IJle moerasorchis (Anacamptis laxiflora), eveneens een soort die zich thuis voelt in vochtige hooilanden, maar minder kritisch is dan de Vleeskleurige orchis (Dactylorhiza incarnata). Het grasland is een ware botanische weelde. Mark treft na goed zoeken de Vlozegge. Een zeer bescheiden vertegenwoordiger uit de familie van Schijngrassen. Kenmerkend voor de soort zijn de vruchtjes die het formaat van een forse vlo hebben. Echter wanneer men tegen de bloeiwijze aan tikt, laat de soort soms haar vruchtjes vallen. De soort is een indicator voor een goede natuurkwaliteit en een heuse ‘juichsoort’: een soort waar de gemiddelde ecoloog van staat te juichen wanneer zij aangetroffen wordt. We sluiten het bezoek af met een struintocht door het aangrenzende bos. Hier vindt Menko enkele bloeiende exemplaren van het Vogelnestje (Neottia nidus-avis), een bladgroenloze orchidee, die voor haar voedselvoorziening geheel afhankelijk is van een schimmelpartner.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

van links naar rechts achter: Corrie, Jos, Floor, Arina, Els en Menco.
Midden: Ruud, hond Dourac, Ena, Jan, Grety, en Cor.
Voor: Mark, Douwe en Joop.

 

 

 

informatie Orchideeenweek 2018